Treinen spreken reeds generaties tot de verbeelding van velen. Het zijn meest mannen die zich aangetrokken voelen tot de treinenwereld in miniatuur. Dit treinbedrijf wordt voornamelijk binnenshuis bedreven, hoewel de grotere schalen soms ook geschikt zijn voor buitenshuis.

Schalen
Voor modeltreinen worden diverse schaalverhoudingen gebruikt. De meeste schalen hebben een aanduiding in de vorm van een letter, een cijfer of een combinatie daarvan. De grote schalen hebben doorgaans een cijfer, de kleinere een letter. De schaal H0 (wat half nul betekent) vormt een overgang in dit systeem. Smalspoorvarianten van bepaalde schalen hebben vaak een e of een m als toevoeging. Het meest gangbaar is H0. De schaal hiervan is 1:87. Daarnaast kent de N-schaal (1:160) veel aanhangers. Wisselstroomsystemen zijn uitsluitend in H0 te vinden. Gelijkstroomsystemen komen zo wel in H0 als in de N-schaal voor. Naast genoemde schalen vallen nog de oorspronkelijke 0-schaal te noemen en de kleinste schaal Z. Schaal II of G is verkrijgbaar als tuinspoor dat bestand is tegen de weersomstandigheden. De fabrikant van dit tuinspoor is LGB.
Voor de nog grotere schalen geeft men de spoorwijdte aan in inches ("duim"). We vinden hier 3 1/2", 5", 7 1/4" en nog groter. De maatstaven zijn dan respectievelijk 1:16, 1:11, 1:8... Deze 'grotere' locomotieven kunnen worden aangedreven met verbrandingsmotoren of elektromotoren, maar meestal wordt stoom gebruikt die gemaakt wordt in een met kolenstook verwarmde stoomketel. Overigens bestaan ook in spoor II modellocomotieven aangedreven door stoom. Ze worden onder andere door LGB geleverd en zijn aanmerkelijk duurder dan de elektrisch aangedreven modellen. De kleinere schalen zijn alleen leverbaar met elektrische aandrijving. Hier zijn echter ook variaties in.

Systemen
Qua stroomsoort zijn er verschillende systemen voor de aandrijving van de locomotiefmotoren die niet door elkaar gebruikt kunnen worden: Het 2-rail systeem en het 3-rail systeem. 2-rail systemen zijn het populairst en tellen de meeste fabrikanten. Het 3 rail systeem heeft zich echter een belangrijke plaats weten te verwerven vooral door toedoen van Märklin. Deze fabrikant heeft een groot marktaandeel. Vroeger werd dit onderscheid ook wel gemaakt als "gelijk"- versus "wissel"-stroomsysteem. Na de introductie van digitale systemen is dit onderscheid in stroomsoorten overbodig geworden. Feitelijk is alleen de wijze van stroomtoevoer van belang. Bij 2-rail locomotieven zijn de wielen in het algemeen aan een as elektrisch geïsoleerd ten opzichte van elkaar. Via de beide spoorstaven bereikt de stroom de locomotief. Bij 3-rail locomotieven geschiedt dit via de wielen en een sleepcontact tussen de wielen. De wielen op een as zijn niet elektrisch geïsoleerd ten opzichte van elkaar. Het sleepcontact glijdt over een staaf of een rij puntcontacten tussen de rails.

De locomotieven van Trix (Express) maakten gebruik van gelijkstroom en tevens van een sleepcontact in het midden. Doordat de wielen op een as eveneens elektrisch geïsoleerd zijn van elkaar, is het mogelijk om zonder elektronica twee locomotieven onafhankelijk van elkaar op een rail te besturen. Met behulp van bovenleiding kunnen er zelfs drie locomotieven op één rail onafhankelijk van elkaar worden bestuurd. Tegenwoordig wordt hier veelal elektronica voor gebruikt (zie onder Aspecten). Inmiddels is Trix onderdeel van het Märklin-concern en vormt als zodanig de 2-rail component ervan. Trix-Express wordt als systeem niet meer gemaakt.

Merken
Vele merken hebben hun bakermat in Duitsland. Hier worden bijvoorbeeld de treinen van Märklin, Fleischmann, Trix (sinds een aantal jaren ook onderdeel van Märklin) en Piko gefabriceerd. Roco komt uit Oostenrijk en Jouef uit Frankrijk. Uit Italië komt materiaal van Lima. Daarnaast zijn er naast kleinere aanbieders nog Britse, Japanse en Amerikaanse merken, evenals sommige (peperdure) Zwitserse merken zoals HAG en Fulgurex. LGB (ook uit Duitsland) levert modeltreinen op wat grotere schaal.

Aspecten
De modeltreinhobby kent globaal drie aspecten te weten technische, landschappelijke en logistieke. Daarnaast verzamelen veel mensen modeltreinen. Tot de technische aspecten worden gerekend de elektrische installaties en schakelingen en de eigenlijk infrastructuur. Hier doet de moderne elektronica steeds meer haar intrede. De landschappelijke aspecten omvatten de scenery zoals (zelfgebouwde) huisjes, stations en andere gebouwen, alsmede bergen, tunnels en allerlei andere denkbare landschapsvarianten. De logistieke aspecten hebben betrekking op (het nabootsen van) een dienstregeling voor zowel personen- als goederentreinen.

Het rangeren van treinen, samenstellen van personentreinen door bijplaatsen of aftrappen van rijtuigen, het verdelen van goederenwagens over diverse sporen vormen de hoogtepunten bij het logistieke aspect van de hobby. In verenigingsverband (Fremo) kunnen door het koppelen van modelspoordelen, modules genoemd, gigantische modelspoorwegen worden gebouwd. Rijden is dan uitsluitend mogelijk met digitaal toegerust materieel en, uiteraard, volgens dienstregeling. Een en ander gaat dan gepaard met echte administratieve "rompslomp", zoals dat in werkelijkheid ook het geval is. Een trein kan pas dan rijden als de dienstdoende machinist zijn codes van de dienstindeler heeft gekregen en de stapel wagenkaarten en vrachtbrieven waarop exact is aangegeven waar de wagens uit zijn trein heen moeten.

De modelbaan kan zo groot zijn dat er een apart vertrek voor nodig is. Dat betreft dan meestal modelbanen in H0 en grotere schalen. In vele woningen is deze ruimte niet aanwezig. De fabrikanten hebben om deze reden de schaal N ontwikkeld. Märklin is nog een stap verder gegaan en heeft schaal Z op de markt gebracht. Er zijn echter ook modelspoorbouwers die het een uitdaging vinden om te woekeren met de ruimte en ook in de grotere schalen (zeer) kleine modelbanen te bouwen waar toch nog interessante treinbewegingen mee kunnen worden uitgevoerd. Deze modelspoorbanen die soms passen in een schoenendoos of op een boekenplank worden micro lay-outs genoemd.

De combinatie van het technisch en creatief bezig zijn bij de treinenhobby, al of niet in combinatie met het verzamelen van modellen, maakt dat modeltreinen nog steeds geliefd zijn. De nabootsing van de werkelijkheid en de mogelijkheid een eigen werkelijkheid te creëren spelen hierbij eveneens een rol.

Techniek
Van een voornamelijk elektrisch mechanisch begin is de ontwikkeling in gang gezet naar gecompliceerde elektronische schakelingen. Een goed voorbeeld hiervan is de invoering van de digitale besturingssystemen, die een meertreinenbedrijf al of niet computergestuurd, mogelijk maken. Door gebruik te maken van pulstechnieken en moderne motoren kunnen modeltreinen zeer werkelijkheidsgetrouw (dat betekent niet te snel) rijden. Daarnaast kunnen vele andere functies worden toegevoegd zoals bijvoorbeeld constante treinverlichting (onafhankelijk van de rijspanning). Deze ontwikkelingen zijn spectaculair te noemen. Begin 20e eeuw waren er modeltreinen te koop, die rechtstreeks (of door tussenschakeling van gloeilampen) op het elektriciteitsnet, dus zonder transformator, werden aangesloten. Tegenwoordig varieert de rijspanning van ca. 4 tot 16 volt.
Momenteel zijn er nog twee belangrijke elektrische systemen kenbaar: wisselstroom (fabrikaat Märklin) en gelijkstroom (overige merken). In schaal N en Z is alles gelijkstroom.